Het UGCN streeft naar een voortdurende verbetering van de uiergezondheid in Nederland. Dit gebeurt door het uitvoeren van het Meerjarenplan Uiergezondheid.
Wat is het UGCN?
Het UGCN is het Uiergezondheidscentrum Nederland van waaruit de verschillende onderdelen van het Meerjarenplan Uiergezondheid worden uitgevoerd. Het UGCN streeft na de uiergezondheid in Nederland voortdurend te verbeteren en speelt hierbij een centrale rol. Het doel is om voor binnen- en buitenland een herkenbare organisatie te zijn die enkel en alleen op het gebied van uiergezondheid actief is. Dit centrum maakt gebruik van de faciliteiten van GD te Deventer en werkt als onafhankelijke instelling. Het wordt bestuurd door de stuurgroep gevormd door NZO, LTO en PZ.
Doel van het UGCN is niet om individuele bedrijfsproblemen op te lossen. Daarvoor zijn andere partijen meer geschikt.
De taken van het UGCN bestaan onder andere uit:
- Het volgen van (inter)nationale ontwikkelingen op het gebied van uiergezondheid en verspreiden van de relevante kennis die daaruit voortkomt.
- Het leveren van informatie op het gebied van uiergezondheid richting veehouders, dierenartsen, zuivel, mengvoerindustrie, farmaceutische industrie etc.
- Het zorgen voor vertaling van onderzoeksresultaten naar de dagelijkse praktijk.
- Het vormen van het aanspreekpunt op het gebied van uiergezondheid.
Meerjarenplan
LTO Rundveehouderij en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) vinden uiergezondheid belangrijk. Dat is enerzijds vanwege de economische schade voor de sector en anderzijds vanuit het oogpunt van dierenwelzijn. Beide organisaties hebben daarom uierontsteking staan in de top drie van aan te pakken aandoeningen. De commissie Diergezondheid en Kwaliteit Runderen (DKR) heeft GD daarom opdracht gegeven uierontsteking of mastitis bij melkvee in vijf jaar tijd met 10% te verminderen.

Figuur 1: Ontwikkeling celgetal en uiergezondheid
Figuur 1 toont het verloop van het celgetal in Nederland. Geconcludeerd kan worden dat het gemiddelde tankmelkcelgetal stijgt en dat schommelingen steeds groter worden. Om deze trend om te buigen, zal er hard moeten worden gewerkt aan verbetering van de uiergezondheid.
Collectief belang
Natuurlijk is elke veehouder verantwoordelijk voor zijn eigen melkveestapel. Degene die beter op de gezondheid van zijn vee past en meer doet aan preventie, zal minder kosten hebben. Dat geldt ook als het gaat om uiergezondheid. Maar er is ook een collectief belang.
(Kritische) consument
We krijgen te maken met steeds nieuwe bacteriën in de rundveestapel, die uierontsteking kunnen veroorzaken. Sommige daarvan zijn of worden resistent voor antibiotica, met alle gevolgen van dien. In de VS wordt dit als gevaar voor de gezondheid van de mens gezien. Ook in Nederland, met een steeds kritischer consumentengedrag, moeten we hier aandacht aan besteden.
Instrumenten beter, praktischer, sneller en ‘boervriendelijker’
Er is heel veel kennis beschikbaar, het ligt ‘op de plank’. Het omzetten van deze kennis in praktische instrumenten, waarmee melkveehouder en dierenarts snel en goed hun werk kunnen doen, is uiterst belangrijk. Uit recent onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de meeste veehouders bacteriologisch onderzoek zinvol vinden om uierontsteking gericht te kunnen bestrijden. Het duurt echter lang voordat een uitslag op tafel ligt en bovendien is die niet altijd goed te begrijpen. Dat moet veranderen. Een ander voorbeeld is dat circa 70% van de melkveehouders denkt dat een vast behandelplan van uierontsteking zinvol is. Toch heeft minder dan 10% een dergelijk plan in huis . Dat kunnen we veranderen. Het is een gezamenlijk belang om dergelijke instrumenten beter, praktischer, sneller en ‘boervriendelijker’ toepasbaar te hebben.
Toegevoegde waarde zuivelproducten
De Nederlandse melkveehouderij en zuivelindustrie kiezen voor toegevoegde waarde bij de afzet van zuivelproducten. Dat betekent ook dat er aan de boerderijmelk niks mag mankeren. De kwaliteit van de melk mag op geen enkele wijze ter discussie staan. Wanneer de melkveehouderij kan laten zien dat het percentage koeien met uierontsteking voortdurend afneemt, versterkt dat het imago van de Nederlandse zuivelproducten in binnen- en buitenland. Dat kan alleen maar een gunstig effect hebben op de aan melkveehouders uitbetaalde melkprijs. Het verlagen van het celgetal heeft immers een grote invloed op de kwaliteit en daarmee de houdbaarheid van de melk. Dat geldt zeker wanneer de buitenlandse concurrentie niet zulke prestaties kan laten zien.